Hypnose

Wat is hypnose?

Maar wat ís dat nou eigenlijk, hypnose? We kennen allemaal wel dat gevoel van ‘trance’: dat je zó opgaat in een film of in een boek, dat je vergeet wat er om je heen gebeurt. Ook dagdromen (waarbij je even helemaal vergeet wat je aan het doen was) kun je zien als een vorm van hypnose. Je aandacht is zo geconcentreerd, dat je heel bewust met je eigen gedachtes en ervaringen bezig bent. Bij ‘echte’ hypnose werkt het eigenlijk net zo: je wordt in een staat gebracht waarin je in heel direct contact staat met je onderbewustzijn.

De kern van hypnose is dat het kritisch en redenerend vermogen tijdelijk gepasseerd wordt, waardoor aanvaardbare suggesties direct door het onderbewuste kunnen worden opgenomen.

Verder goed om te weten: er zijn twee vormen van hypnose, namelijk directe en indirecte hypnose.

Directe of indirecte hypnose

Directe hypnose

Hoe dieper de hypnose, hoe effectiever de behandeling. Dat was de stellige overtuiging van Dave Elman, de grondlegger van de directe hypnose. Deze vorm van hypnose – de naam zegt het al – grijpt op een diep niveau in op het onderbewustzijn van de cliënt. De hypnotherapeut legt de cliënt een nieuwe ‘identiteit’ op, bijvoorbeeld die van ‘niet-roker’. Voordeel van therapie op basis van directe hypnose: hij is erg doeltreffend. Vaak zijn er maar een of twee behandelingen nodig voor een concreet, blijvend resultaat.

Indirecte hypnose

Bij indirecte hypnotherapie (ontwikkeld door Milton Erickson) ligt er minder nadruk op de diepte van de hypnose, en meer op de al in de cliënt aanwezige ‘hulpbronnen’. Oftewel: als hypnotherapeut ga je al bestaande eigenschappen en gedragingen van de cliënt via hypnose versterken en uitbouwen. Welke vorm het beste werkt? Dat verschilt per cliënt. Sommige mensen bereiken nu eenmaal sneller of makkelijker een diep hypnoseniveau dan anderen. Als gecertificeerd hypnotherapeut onderzoek ik samen met de cliënt wat in zijn of haar geval het beste werkt.